Lingard
Alle Spaanse boeken
Spaans · 60 woorden

60 mooie Spaanse woorden

Lieve, schattige en coole Spaanse woorden, van mariposa tot sobremesa, elk met uitspraak, Nederlandse vertaling en een voorbeeldzin.

Gratis beginnen

Spaanse woorden die het leren waard zijn om hun klank

Sommige woorden zijn het leren waard om hoe ze klinken of om wat ze in zich dragen. Op deze pagina staan er zestig Spaanse, in zes groepen: schattige woorden, coole woorden, elegante woorden, woorden over de lucht en de natuur, woorden over liefde en woorden voor gevoelens die zich lastig laten vertalen. Bij elk woord staan de uitspraak, de betekenis, een korte toelichting en een voorbeeldzin.

Het Spaans is een taal van open klinkers, en veel van de mooiste woorden eindigen op een klinker: mariposa, luna, madrugada. Sommige hebben in het Nederlands geen tegenhanger, of juist een verrassend precieze. madrugada is het deel van de nacht na middernacht en voor zonsopgang, en sobremesa is wat wij natafelen noemen.

Schattige Spaanse woorden

  1. la mariposa[la maɾiˈposa]

    vlinder

    Vaak gekozen als een van de mooiste Spaanse woorden, om zijn open klinkers.

    Una mariposa entró por la ventana.Er kwam een vlinder door het raam naar binnen.

  2. el cariño[el kaˈɾiɲo]

    genegenheid; ook schat

    Voor liefde en zorg, en als koosnaam: hola, cariño.

    Lo hizo con mucho cariño.Ze deed het met veel liefde.

  3. el abrazo[el aˈβɾaθo]

    omhelzing, knuffel

    Veel Spaanse brieven en berichten eindigen met un abrazo, een knuffel.

    Mi abuela me dio un abrazo.Mijn oma gaf me een knuffel.

  4. la burbuja[la βuɾˈβuxa]

    bel, luchtbel

    Het woord bubbelt zelf ook, met zijn b- en u-klanken.

    El niño hace burbujas de jabón.Het jongetje blaast zeepbellen.

  5. el besito[el beˈsito]

    kusje

    Het achtervoegsel -ito maakt een woord klein en lief: beso, besito.

    Dame un besito.Geef me een kusje.

  6. la luciérnaga[la luˈθjeɾnaɣa]

    vuurvliegje

    Van luz, licht: het insect dat een lichtje meedraagt.

    Por la noche vimos una luciérnaga.’s Nachts zagen we een vuurvliegje.

  7. chiquito[tʃiˈkito]

    piepklein, klein

    Een klein woord dat nog kleiner is gemaakt: chico, chiquito. Veel gebruikt in Latijns-Amerika.

    Tengo un perro chiquito.Ik heb een piepklein hondje.

  8. el gatito[el ɡaˈtito]

    katje, kitten

    gato, kat, met het verkleinende -ito.

    El gatito duerme en el sofá.Het katje slaapt op de bank.

  9. la sonrisa[la sonˈrisa]

    glimlach

    Verwant aan reír, lachen: een glimlach is een klein lachje.

    Tienes una sonrisa preciosa.Je hebt een prachtige glimlach.

  10. el arrullo[el aˈruʎo]

    het koeren van duiven; zacht wiegeliedje

    Een woord dat klinkt als het gemurmel dat het beschrijft.

    El bebé se durmió con el arrullo de su madre.De baby viel in slaap bij het wiegeliedje van zijn moeder.

Coole Spaanse woorden

  1. el fuego[el ˈfweɣo]

    vuur

    Kort, krachtig en vaak te horen in liedjes.

    Nos sentamos junto al fuego.We gingen bij het vuur zitten.

  2. el destino[el desˈtino]

    lot; bestemming

    Hetzelfde woord voor waar je heen gaat en waar het leven je brengt.

    Creo que fue el destino.Ik denk dat het lot was.

  3. la tormenta[la toɾˈmenta]

    storm, onweersbui

    Ook een storm van gevoelens: una tormenta de emociones.

    Esta noche viene una tormenta.Vanavond komt er een storm.

  4. el relámpago[el reˈlampaɣo]

    bliksemflits

    De klemtoon ligt op de derde lettergreep van achteren, zoals bij veel dramatische Spaanse woorden.

    Un relámpago iluminó el cielo.Een bliksemflits verlichtte de lucht.

  5. el guerrero[el ɡeˈreɾo]

    krijger

    Van guerra, oorlog, waar ook het woord guerrilla vandaan komt.

    Luchó como un guerrero.Hij vocht als een krijger.

  6. la leyenda[la leˈʝenda]

    legende

    Net als in het Nederlands kan een grote speler of zanger een leyenda zijn.

    Este jugador es una leyenda.Deze speler is een legende.

  7. eterno[eˈteɾno]

    eeuwig

    Wordt eterna naast een vrouwelijk woord: amor eterno, vida eterna.

    Nada es eterno.Niets is eeuwig.

  8. valiente[baˈljente]

    dapper, moedig

    Hetzelfde voor mannen en vrouwen, dus het past bij iedereen.

    Fuiste muy valiente.Je was heel dapper.

  9. el trueno[el ˈtɾweno]

    donder

    Het geluid na de relámpago, de flits.

    El trueno asustó al perro.De donder liet de hond schrikken.

  10. el lobo[el ˈloβo]

    wolf

    Een populaire naam voor honden, en ook een achternaam.

    Un lobo aullaba en el bosque.Er huilde een wolf in het bos.

Elegante Spaanse woorden

  1. la madrugada[la maðɾuˈɣaða]

    de uren tussen middernacht en zonsopgang

    Het Nederlands zegt ‘de kleine uurtjes’; het Spaans heeft er één woord voor.

    Llegamos a casa de madrugada.We kwamen in de kleine uurtjes thuis.

  2. efímero[eˈfimeɾo]

    kortstondig, vluchtig

    Net als het Nederlandse efemeer, van het Grieks voor ‘één dag durend’.

    La belleza de las flores es efímera.De schoonheid van bloemen is vergankelijk.

  3. el susurro[el suˈsuro]

    gefluister

    Zeg het langzaam en het klinkt als fluisteren.

    Oí un susurro detrás de la puerta.Ik hoorde gefluister achter de deur.

  4. la serenidad[la seɾeniˈðað]

    kalmte, sereniteit

    Van sereno, kalm en helder.

    El mar me da serenidad.De zee geeft me rust.

  5. inefable[ineˈfaβle]

    onuitsprekelijk

    Van het Latijn voor wat niet gezegd kan worden.

    Sentí una alegría inefable.Ik voelde een onuitsprekelijke vreugde.

  6. el terciopelo[el teɾθjoˈpelo]

    fluweel

    Letterlijk een derde haar: een stof die vroeger met drie draden werd geweven.

    Lleva un vestido de terciopelo.Ze draagt een fluwelen jurk.

  7. la elegancia[la eleˈɣanθja]

    elegantie

    Een woord dat er in veel Europese talen bijna hetzelfde uitziet.

    Baila con mucha elegancia.Ze danst met veel elegantie.

  8. el encanto[el enˈkanto]

    charme

    Van encantar, betoveren; me encanta betekent ik vind het geweldig.

    Esta ciudad tiene mucho encanto.Deze stad heeft veel charme.

  9. el ensueño[el enˈsweɲo]

    droom, dagdroom

    de ensueño betekent als in een droom: una casa de ensueño, een droomhuis.

    Fue un viaje de ensueño.Het was een droomreis.

  10. la penumbra[la peˈnumbɾa]

    halfduister, schemer

    Van het Latijn voor bijna-schaduw; ook een term uit de sterrenkunde.

    Leía en la penumbra de su cuarto.Ze las in het halfduister van haar kamer.

Spaanse woorden over de lucht en de natuur

  1. el amanecer[el amaneˈθeɾ]

    zonsopgang, dageraad

    Ook een werkwoord: amanece, de dag breekt aan.

    Vimos el amanecer desde la playa.We zagen de zonsopgang vanaf het strand.

  2. el atardecer[el ataɾðeˈθeɾ]

    zonsondergang, vroege avond

    Van tarde, middag: het moment waarop de middag eindigt.

    El atardecer en el mar es precioso.De zonsondergang boven zee is prachtig.

  3. la luna[la ˈluna]

    maan

    Ook een veelvoorkomende meisjesnaam.

    Esta noche hay luna llena.Vannacht is het volle maan.

  4. la estrella[la esˈtɾeʎa]

    ster

    Ook voor filmsterren, en als naam.

    Pide un deseo a una estrella.Doe een wens bij een ster.

  5. el arcoíris[el aɾkoˈiɾis]

    regenboog

    Letterlijk de boog van Iris, de Griekse godin van de regenboog.

    Después de la lluvia salió un arcoíris.Na de regen verscheen er een regenboog.

  6. la brisa[la ˈβɾisa]

    bries

    brisa marina is de zeebries.

    Sopla una brisa suave.Er waait een zachte bries.

  7. el rocío[el roˈθio]

    dauw

    Ook een meisjesnaam, Rocío, heel gewoon in Spanje.

    Por la mañana las flores tienen rocío.’s Ochtends zitten de bloemen onder de dauw.

  8. la primavera[la pɾimaˈβeɾa]

    lente

    Uit het Latijn, letterlijk de eerste zomer.

    En primavera todo florece.In de lente bloeit alles.

  9. el cielo[el ˈθjelo]

    lucht; hemel; schat

    mi cielo, mijn hemel, is een lieve naam voor iemand van wie je houdt.

    Hoy el cielo está muy azul.Vandaag is de lucht heel blauw.

  10. la ola[la ˈola]

    golf

    Het klinkt precies als hola, hallo, waarvan je de h niet uitspreekt.

    Una ola grande llegó a la playa.Er kwam een grote golf op het strand.

Spaanse woorden over liefde

  1. el amor[el aˈmoɾ]

    liefde

    mi amor, mijn liefde, is de meest gebruikte koosnaam in het Spaans.

    El amor lo cambia todo.Liefde verandert alles.

  2. querer[keˈɾeɾ]

    houden van; willen

    te quiero betekent ik hou van je, zachter dan te amo.

    Te quiero mucho.Ik hou heel veel van je.

  3. la ternura[la teɾˈnuɾa]

    tederheid

    Van tierno, teder, zoals zacht brood of een jong kind.

    Miraba a su hijo con ternura.Ze keek met tederheid naar haar zoon.

  4. el corazón[el koɾaˈθon]

    hart

    de corazón, uit het hart, betekent oprecht.

    Te lo digo de corazón.Ik meen het uit de grond van mijn hart.

  5. la pasión[la paˈsjon]

    passie

    De klemtoon ligt op de laatste lettergreep, zoals het accent laat zien.

    Habla de la música con pasión.Hij praat met passie over muziek.

  6. enamorarse[enamoˈɾaɾse]

    verliefd worden

    Gebouwd op amor: in de liefde raken.

    Se enamoraron en Sevilla.Ze werden verliefd in Sevilla.

  7. el beso[el ˈbeso]

    kus

    besos, kusjes, is een gewone manier om een bericht aan vrienden af te sluiten.

    Le dio un beso en la mejilla.Hij gaf haar een kus op haar wang.

  8. mi vida[mi ˈβiða]

    mijn leven; mijn schat

    Een koosnaam die zegt dat iemand alles voor je betekent.

    Buenos días, mi vida.Goedemorgen, schat.

  9. la media naranja[la ˈmeðja naˈɾaŋxa]

    wederhelft, zielsverwant

    Letterlijk een halve sinaasappel: degene die je compleet maakt.

    Ella es mi media naranja.Zij is mijn wederhelft.

  10. el alma[el ˈalma]vrouwelijk

    ziel

    Een vrouwelijk woord dat vanwege de klank el krijgt: el alma, maar las almas.

    Te quiero con toda mi alma.Ik hou van je met heel mijn ziel.

Spaanse woorden voor gevoelens die lastig te vertalen zijn

  1. la sobremesa[la soβɾeˈmesa]

    het natafelen

    Een Spaanse gewoonte waar het Engels geen woord voor heeft; het Nederlands toevallig wel.

    Después de comer, nos quedamos de sobremesa.Na het eten bleven we nog wat natafelen.

  2. estrenar[estɾeˈnaɾ]

    iets voor het eerst gebruiken of dragen

    el estreno is ook de première van een film of toneelstuk.

    Hoy estreno zapatos.Vandaag draag ik mijn nieuwe schoenen voor het eerst.

  3. la añoranza[la aɲoˈɾanθa]

    verlangen naar wat of wie je mist

    Zachter dan verdriet, warmer dan een herinnering.

    Siento añoranza por mi pueblo.Ik verlang terug naar mijn dorp.

  4. el anhelo[el aˈnelo]

    diep verlangen

    Een woord uit gedichten en liedjes.

    Tenía un gran anhelo de libertad.Hij had een groot verlangen naar vrijheid.

  5. la morriña[la moˈriɲa]

    heimwee, vooral van mensen uit Galicië

    Ontleend aan het Galicisch, de taal van het noordwesten van Spanje.

    Lejos de Galicia, sentía morriña.Ver van Galicië had hij heimwee.

  6. friolero[fɾjoˈleɾo]

    koukleum

    Het Engels heeft er een hele zin voor nodig; het Nederlands zegt gewoon koukleum.

    Soy muy friolero.Ik ben een echte koukleum.

  7. la vergüenza ajena[la βeɾˈɣwenθa aˈxena]

    plaatsvervangende schaamte

    Letterlijk: de schaamte van een ander.

    Sentí vergüenza ajena al verlo cantar.Ik voelde plaatsvervangende schaamte toen ik hem zag zingen.

  8. la ilusión[la iluˈsjon]

    blije verwachting

    Geen illusie: me hace ilusión betekent ik kijk ernaar uit.

    Me hace mucha ilusión verte.Ik kijk er echt naar uit om je te zien.

  9. la querencia[la keˈɾenθja]

    een plek waar je je thuis voelt

    Uit het stierenvechten, waar het de plek is waar de stier steeds naar terugkeert.

    Todos tenemos querencia por algún lugar.We hebben allemaal een plek waar we ons thuis voelen.

  10. el duende[el ˈdwende]

    betoverende kracht in kunst; ook een kabouter

    De dichter Federico García Lorca maakte er de ziel van de flamenco van.

    Su manera de bailar tiene duende.Haar manier van dansen heeft duende.

Lees deze woorden in eenvoudige verhalen

Een Spaans woord als naam of in een ontwerp

Let op het lidwoord. Spaanse zelfstandige naamwoorden zijn mannelijk of vrouwelijk, en het lidwoord laat zien welke van de twee: la luna, el cielo. Een paar vrouwelijke woorden krijgen el vanwege de klank, zoals el alma; de lijst geeft die aan. Ook bijvoeglijke naamwoorden veranderen: eterno wordt eterna naast een vrouwelijk woord.

Kom het woord daarna tegen in een zin. Een woord uit een lijst vergeet je snel; een woord uit een verhaal blijft hangen. In de Spaanse verhalen voor beginners op Lingard tik je op een woord en zie je wat het in die zin betekent, en je bewaart het voor korte herhalingen.

Vragen over deze woorden

Wat is het mooiste Spaanse woord?
Daar is geen eenduidig antwoord op. Twee woorden die steeds terugkomen zijn mariposa, om de klank, en sobremesa, om een gewoonte waar de meeste talen geen woord voor hebben. Het Nederlands toevallig wel: natafelen.
Welke Spaanse woorden zijn moeilijk te vertalen?
madrugada, de uren tussen middernacht en zonsopgang, estrenar, iets voor het eerst gebruiken of dragen, en duende, de geheimzinnige kracht van de flamenco. Bij sobremesa en vergüenza ajena heeft het Nederlands geluk: natafelen en plaatsvervangende schaamte.
Hoe spreek ik deze woorden uit?
Spaans spreek je uit zoals je het schrijft, dus als je de letters kent, kun je elk woord hier lezen. De uitspraak is die van Spanje: z, en c voor e of i, klinken als de Engelse th. In Latijns-Amerika klinken ze als een s.

Andere talen: 60 mooie Engelse woorden60 mooie Duitse woorden60 mooie Franse woorden