informe[inˈforme]rapport, verslag
El informe sobre el accidente está en la mesa.
Het rapport over het ongeluk ligt op tafel.
líder[ˈlider]leider
Ella es una líder natural.
Zij is een natuurlijke leider.
luz[lus]licht
Enciende la luz, por favor.
Doe het licht aan, alsjeblieft.
todo[ˈtoðo]heel
Comí todo el pastel.
Ik heb de hele taart opgegeten.
voz[bos]stem
Su voz es muy suave.
Zijn stem is heel zacht.
corazón[koɾaˈson]hart
Tengo un corazón grande.
Ik heb een groot hart.
cuidado[kwiˈðaðo]voorzichtigheid
Tienes que tener cuidado con ese cuchillo.
Je moet voorzichtig zijn met dat mes.
mente[ˈmente]geest
No puedo dejar de pensar en eso, está en mi mente todo el tiempo.
Ik kan niet ophouden eraan te denken, het zit de hele tijd in mijn hoofd.
droga[ˈdroɡa]drug
La policía encontró droga en el coche.
De politie vond drugs in de auto.
tirar[tiˈrar]trekken
Tira de la cuerda hacia arriba.
Trek het touw omhoog.
decisión[deθiˈsjon]beslissing
Tomar una decisión es difícil.
Een beslissing nemen is moeilijk.
desarrollar[deseˈroˈʝar]ontwikkelen
Es importante desarrollar habilidades para el futuro.
Het is belangrijk om vaardigheden voor de toekomst te ontwikkelen.
vista[ˈβista]uitzicht
La vista desde la cima de la montaña es impresionante.
Het uitzicht vanaf de top van de berg is indrukwekkend.
esperanza[espeˈranθa]hoop
Tengo esperanza de que todo salga bien.
Ik heb hoop dat alles goed afloopt.
impulsar[imˈpulˈsar]drijven, aansporen
Lo que la impulsa a seguir adelante es su pasión.
Wat haar drijft om door te gaan, is haar passie.
departamento[depaɾtaˈmento]afdeling
Trabajo en el departamento de marketing.
Ik werk op de marketingafdeling.
relación[relaˈθjon]relatie
Tienen una buena relación.
Ze hebben een goede relatie.
recibir[reθiˈβir]ontvangen, krijgen
Recibí un regalo de cumpleaños.
Ik heb een verjaardagscadeau gekregen.
sociedad[soθjeˈðað]samenleving
La sociedad está cambiando rápidamente.
De samenleving verandert snel.
iglesia[iˈɡlesja]kerk
Fui a la iglesia el domingo.
Ik ging zondag naar de kerk.
internacional[inteɾnaθjoˈnal]internationaal
El evento fue de carácter internacional.
Het evenement had een internationaal karakter.
posición[poˈsiθjon]positie
Su posición en la empresa es muy importante.
Zijn positie in het bedrijf is heel belangrijk.
director[direkˈtor]directeur, regisseur
El director de la película es muy famoso.
De regisseur van de film is heel beroemd.
asunto[aˈsunˈto]kwestie, zaak
Es un asunto muy serio.
Het is een heel serieuze kwestie.
registro[reˈxistɾo]register
Tengo un registro de todos mis gastos.
Ik houd een register bij van al mijn uitgaven.
el suelo[el ˈswe.lo]grond, vloer
El suelo estaba mojado después de la lluvia.
De grond was nat na de regen.
el apoyo[el aˈpoʝo]steun
Necesito tu apoyo para este proyecto.
Ik heb je steun nodig voor dit project.
la pareja[la paˈrexa]paar, stel
Son una pareja muy feliz.
Ze zijn een heel gelukkig stel.
producir[pɾoˈduˈθir]produceren
La fábrica produce automóviles.
De fabriek produceert auto’s.
el sitio[el ˈsiˈtjo]plek, site
El sitio web de la empresa está en construcción.
De website van het bedrijf is in aanbouw.
golpear[ɡolˈpeˈar]slaan
El niño golpeó la pelota con el bate.
De jongen sloeg de bal met de knuppel.
la industria[la inˈdusˈtɾja]industrie
La industria del turismo es muy importante en España.
De toerisme-industrie is heel belangrijk in Spanje.
la figura[la fiˈɡuˈra]figuur
La figura del pintor es muy conocida.
De schilder is een zeer bekende figuur.
claro[ˈklaɾo]helder
El agua del río es muy clara.
Het water van de rivier is heel helder.
la cubierta[la kuˈβjeɾˈta]omslag
La cubierta del libro está dañada.
De omslag van het boek is beschadigd.
reciente[reˈθjenˈte]recent
Tengo una noticia reciente.
Ik heb een recent nieuwtje.
los datos[los ˈdaˈtos]gegevens
Los datos muestran un aumento en las ventas.
De gegevens laten een stijging van de verkoop zien.
el aceite[el aˈθejˈte]olie
El aceite de oliva es muy saludable.
Olijfolie is heel gezond.
general[xeˈneˈɾal]algemeen
La opinión general es que el proyecto es exitoso.
De algemene mening is dat het project succesvol is.
atrapar[a.tɾaˈpaɾ]vangen
El perro atrapó la pelota.
De hond ving de bal.
el paso[el ˈpaˈso]stap
Da un paso adelante.
Doe een stap naar voren.
la atención[la aˈtenˈθjon]aandacht
Por favor, préstame atención.
Geef me alsjeblieft je aandacht.
la tecnología[la tekˈnoˈloˈxiˈa]technologie
La tecnología está en constante evolución.
De technologie ontwikkelt zich voortdurend.
la organización[la orɡaˈniˈsaˈθjon]organisatie
La organización de la conferencia fue excelente.
De organisatie van het congres was uitstekend.
la fuente[la ˈfwente]bron
La fuente de información es confiable.
De informatiebron is betrouwbaar.
la causa[la ˈkawˈsa]oorzaak
La causa de la contaminación es la quema de combustibles fósiles.
De oorzaak van de vervuiling is het verbranden van fossiele brandstoffen.
la evidencia[la eˈβiˈdenˈθja]bewijs
No hay evidencia de que el sospechoso estuviera en el lugar del crimen.
Er is geen bewijs dat de verdachte op de plaats delict was.
el siglo[el ˈsiɡlo]eeuw
El siglo XXI comenzó en el año 2001.
De 21e eeuw begon in het jaar 2001.
la oportunidad[la oˈporˈtuˈniˈdad]kans
Tengo la oportunidad de viajar a Europa.
Ik heb de kans om naar Europa te reizen.
darse cuenta[ˈdar.se ˈkwen.ta]beseffen
Me di cuenta de que estaba equivocado.
Ik besefte dat ik het mis had.
condición[kon.diˈsjon]toestand, conditie
La condición del paciente es estable.
De toestand van de patiënt is stabiel.
probable[proˈba.ble]waarschijnlijk
Es probable que llueva mañana.
Het gaat morgen waarschijnlijk regenen.
la ocasión[la o.kaˈsjon]gelegenheid
Aprovecha la ocasión para practicar español.
Maak gebruik van de gelegenheid om Spaans te oefenen.
opción[op.ˈsjon]keuze, optie
Tienes la opción de ir o quedarte.
Je hebt de keuze om te gaan of te blijven.
único[ˈu.ni.ko]enig, enkel
Hay un único camino hacia la cima.
Er is maar één weg naar de top.
paciente[pa.ˈsjente]geduldig
Sé paciente, las cosas mejorarán.
Wees geduldig, het wordt allemaal beter.
término[ˈter.mi.no]term
El término 'amor' tiene muchas definiciones.
De term ‘liefde’ heeft veel definities.
material[ma.te.riˈal]materiaal
Necesitamos más material para construir la casa.
We hebben meer materiaal nodig om het huis te bouwen.
planta[ˈplan.ta]plant
Hay una planta hermosa en el jardín.
Er staat een mooie plant in de tuin.
energía[e.nerˈxi.a]energie
Necesito más energía para terminar el trabajo.
Ik heb meer energie nodig om het werk af te maken.
población[po.bla.ˈsjon]bevolking
La población de la ciudad está creciendo.
De bevolking van de stad groeit.
fuego[ˈfwe.go]vuur
El fuego se propagó rápidamente.
Het vuur verspreidde zich snel.
incluir[in.kluˈir]omvatten
El proyecto incluye la construcción de una escuela.
Het project omvat de bouw van een school.
aumentar[aw.menˈtar]stijgen, verhogen
Los precios aumentaron este año.
De prijzen zijn dit jaar gestegen.
futuro[fuˈtu.ro]toekomst
El futuro es incierto.
De toekomst is onzeker.
médico[ˈme.di.ko]medisch
Necesitamos atención médica urgente.
We hebben dringend medische zorg nodig.
tablero[taˈble.ro]bord
El tablero de ajedrez está listo para jugar.
Het schaakbord staat klaar om te spelen.
trato[ˈtra.to]deal, afspraak
Hicimos un trato para comprar la casa.
We hebben een deal gesloten om het huis te kopen.
descanso[desˈkan.so]rust, pauze
Necesito un descanso después de trabajar todo el día.
Ik heb rust nodig na een hele dag werken.
lucha[ˈlu.tʃa]strijd
La lucha por la libertad fue larga y difícil.
De strijd voor vrijheid was lang en moeilijk.
lanzar[lanˈθar]gooien
Lanzó la pelota al aire.
Hij gooide de bal in de lucht.
oficial[o.fiˈsjal]agent, officier
El oficial de policía detuvo al sospechoso.
De politieagent hield de verdachte aan.
parte superior[ˈpar.te su.pe.riˈor]top, bovenkant
Llegó a la parte superior de la montaña.
Hij bereikte de top van de berg.
autor[awˈtor]auteur, schrijver
El autor es famoso por sus novelas.
De auteur is beroemd om zijn romans.
pasado[paˈsa.do]verleden
El pasado está lleno de recuerdos.
Het verleden zit vol herinneringen.
objetivo[o.bxeˈti.bo]doel
Mi objetivo es aprender español.
Mijn doel is Spaans leren.
comportamiento[kom.por.taˈmjen.to]gedrag
Su comportamiento es ejemplar.
Zijn gedrag is voorbeeldig.
la gota[la ˈɡota]druppel
Una gota de lluvia cayó en mi mano.
Een regendruppel viel op mijn hand.
la naturaleza[la naˈtuɾaˈleθa]natuur
La naturaleza es hermosa.
De natuur is prachtig.
empujar[empuˈxar]duwen
Empujé la puerta para abrirla.
Ik duwde tegen de deur om hem te openen.
el enfoque[el enˈfoke]focus
El enfoque del proyecto es mejorar la eficiencia.
De focus van het project is het verbeteren van de efficiëntie.
reducir[reðuˈθir]verminderen
Trata de reducir el consumo de energía.
Probeer het energieverbruik te verminderen.
mil millones[mil miˈljoˈnes]miljard
La empresa tiene ingresos de mil millones de dólares.
Het bedrijf heeft een omzet van een miljard dollar.
la sangre[la ˈsaŋɡre]bloed
La sangre es esencial para la vida.
Bloed is essentieel voor het leven.
entrar[enˈtrar]binnenkomen
Entré en la habitación y encendí la luz.
Ik kwam de kamer binnen en deed het licht aan.
la serie[la ˈseri.e]serie
Vi la serie completa de televisión.
Ik heb de hele televisieserie gekeken.
la raza[la ˈraθa]ras
La raza humana es diversa.
Het menselijk ras is divers.
muerto[ˈmwerto]dood
El árbol está muerto.
De boom is dood.
actuar[akˈtwar]acteren
Actuó en la obra de teatro.
Hij speelde in het toneelstuk.
subir[suˈβir]stijgen, opkomen
El sol subió lentamente en el cielo.
De zon steeg langzaam aan de hemel.
salvar[salˈβar]redden
Salvé al gato de una caída.
Ik redde de kat van een val.
el factor[el fakˈtor]factor
El factor principal del éxito fue la planificación.
De belangrijkste factor voor het succes was de planning.
proteger[proteˈxer]beschermen
Protege tus ojos del sol.
Bescherm je ogen tegen de zon.
el tamaño[el taˈmaɲo]grootte
El tamaño del libro es pequeño.
De grootte van het boek is klein.
la calidad[la kaˈliˈdad]kwaliteit
La calidad del producto es excelente.
De kwaliteit van het product is uitstekend.
aceptar[aθepˈtar]accepteren
Acepté la oferta de trabajo.
Ik heb het baanaanbod geaccepteerd.
la señal[la seˈñal]bord, teken
La señal decía 'No estacionar'.
Op het bord stond ‘Niet parkeren’.
atacar[aˈtaˈkar]aanvallen
El perro atacó al gato.
De hond viel de kat aan.
el individuo[el inˈdiβiˈðu.o]individu
Cada individuo tiene derecho a la libertad.
Elk individu heeft recht op vrijheid.
el pensamiento[el penˈsaˈmjento]gedachte
Mis pensamientos estaban en otra parte.
Mijn gedachten waren ergens anders.