les retrouvailles[le ʁətʁuvaj]vrouwelijk
de vreugde van het weerzien
Altijd meervoud; het Nederlands komt in de buurt met weerzien.
Les retrouvailles avec mes amis étaient émouvantes.
Het weerzien met mijn vrienden was ontroerend.
flâner[flane]
slenteren, flaneren
De flâneur, de stadswandelaar, is een vaste figuur van Parijs.
J'aime flâner dans les rues de Paris.
Ik slenter graag door de straten van Parijs.
le dépaysement[lə depeizmɑ̃]
het gevoel ergens nieuw en anders te zijn
Van pays, land: uit je eigen land gehaald worden.
Ce voyage nous a offert un vrai dépaysement.
Deze reis was voor ons een echte verandering van omgeving.
la joie de vivre[la ʒwa də vivʁ]
levensvreugde
Het Engels gebruikt de Franse uitdrukking zoals ze is.
Elle a une grande joie de vivre.
Ze heeft een grote levensvreugde.
la nostalgie[la nɔstalʒi]
nostalgie
Vrouwelijk, zoals de meeste Franse woorden op -ie.
Cette chanson me remplit de nostalgie.
Dit liedje vervult me met nostalgie.
l'esprit de l'escalier[lɛspʁi də lɛskalje]mannelijk
het perfecte antwoord dat je te laat bedenkt
Letterlijk trappengeest, naar Denis Diderot: het schiet je te binnen als je de trap al af loopt.
La bonne réponse m'est venue trop tard : c'était l'esprit de l'escalier.
Het goede antwoord schoot me te laat te binnen: pas op de trap.
le coup de foudre[lə ku də fudʁ]
liefde op het eerste gezicht
Letterlijk een blikseminslag.
Entre eux, ce fut le coup de foudre.
Bij hen was het liefde op het eerste gezicht.
la mélancolie[la melɑ̃kɔli]
melancholie
Van het Grieks voor zwarte gal.
Il y a de la mélancolie dans sa voix.
Er klinkt melancholie in zijn stem.
savourer[savuʁe]
genieten van, proeven
Van saveur, smaak.
Je savoure mon café le matin.
’s Ochtends geniet ik van mijn koffie.
le bonheur[lə bɔnœʁ]
geluk
Van bon en heur, een oud woord voor geluk.
Le bonheur est dans les petites choses.
Geluk zit in de kleine dingen.