Lingard
Alle Duitse boeken
Duits · 60 woorden

60 mooie Duitse woorden

Schattige, coole en bijzondere Duitse woorden, van Schmetterling tot Fernweh, elk met uitspraak, Nederlandse vertaling en een voorbeeldzin.

Gratis beginnen

Duitse woorden met een eigen klank

Sommige woorden zijn het leren waard om hoe ze klinken of om wat ze in zich dragen. Op deze pagina staan er zestig Duitse, in zes groepen: schattige woorden, coole woorden, elegante woorden, woorden over de lucht en de natuur, woorden over liefde en woorden voor gevoelens die het Duits in één woord vangt. Bij elk woord staan de uitspraak, de betekenis, een korte toelichting en een voorbeeldzin.

Het Duits staat bekend om zijn harde klanken, en Donner en Blitz maken dat waar. Maar het heeft ook Schmetterling en Pusteblume, en de gewoonte om één woord te bouwen voor een heel gevoel: Fernweh is het verlangen om ver weg te zijn, Vorfreude wat wij voorpret noemen.

Schattige Duitse woorden

  1. der Schmetterling[deːɐ̯ ˈʃmɛtɐlɪŋ]

    vlinder

    Beroemd als een woord dat hard klinkt voor iets wat zo teer is.

    Ein Schmetterling sitzt auf der Blume.Er zit een vlinder op de bloem.

  2. das Kuscheltier[das ˈkʊʃl̩ˌtiːɐ̯]

    knuffel, knuffeldier

    Van kuscheln, knuffelen, en Tier, dier.

    Das Kind schläft mit seinem Kuscheltier.Het kind slaapt met zijn knuffel.

  3. das Eichhörnchen[das ˈaɪ̯çˌhœʁnçən]

    eekhoorn

    Lastig uit te spreken voor wie Duits leert, en juist daarom geliefd.

    Ein Eichhörnchen sammelt Nüsse.Een eekhoorn verzamelt nootjes.

  4. das Glühwürmchen[das ˈɡlyːˌvʏʁmçən]

    glimworm, vuurvliegje

    Letterlijk: gloeiend wormpje.

    Im Garten leuchten Glühwürmchen.In de tuin lichten glimwormen op.

  5. die Pusteblume[diː ˈpuːstəˌbluːmə]

    pluizenbol (van de paardenbloem)

    Letterlijk blaasbloem: de witte bol waar je op blaast om een wens te doen.

    Sie pustet die Pusteblume an.Ze blaast op de pluizenbol.

  6. das Mäuschen[das ˈmɔɪ̯sçən]

    muisje; schatje

    Het achtervoegsel -chen maakt een woord klein en lief, en altijd onzijdig.

    Schlaf gut, mein Mäuschen.Slaap lekker, mijn muisje.

  7. kuschelig[ˈkʊʃəlɪç]

    knus, behaaglijk

    Voor dekens, truien en avonden thuis.

    Die Decke ist schön kuschelig.De deken is lekker knus.

  8. das Gänseblümchen[das ˈɡɛnzəˌblyːmçən]

    madeliefje

    Letterlijk: gansbloempje.

    Auf der Wiese wachsen Gänseblümchen.In de wei groeien madeliefjes.

  9. die Seifenblase[diː ˈzaɪ̯fn̩ˌblaːzə]

    zeepbel

    Ook een droom die uiteenspat.

    Die Kinder machen Seifenblasen.De kinderen blazen zeepbellen.

  10. das Herzchen[das ˈhɛʁtsçən]

    hartje

    De hartjes die mensen tekenen, typen en versturen.

    Sie malt ein Herzchen auf den Zettel.Ze tekent een hartje op het briefje.

Coole Duitse woorden

  1. die Ewigkeit[diː ˈeːvɪçkaɪ̯t]

    eeuwigheid

    eine Ewigkeit, een eeuwigheid, is ook elk lang wachten.

    Das Warten dauerte eine Ewigkeit.Het wachten duurde een eeuwigheid.

  2. das Schicksal[das ˈʃɪkzaːl]

    lot, noodlot

    Van schicken, sturen: wat je wordt toegestuurd.

    Das war Schicksal.Dat was het lot.

  3. der Sturm[deːɐ̯ ʃtʊʁm]

    storm

    Sturm und Drang, storm en drang, gaf zijn naam aan een heel tijdperk van de Duitse literatuur.

    Der Sturm hat viele Bäume umgeworfen.De storm heeft veel bomen omvergeblazen.

  4. die Finsternis[diː ˈfɪnstɐnɪs]

    duisternis

    Dieper dan Dunkelheit; Sonnenfinsternis is een zonsverduistering.

    Das Licht verschwand in der Finsternis.Het licht verdween in de duisternis.

  5. der Blitz[deːɐ̯ blɪts]

    bliksem, flits

    Het Engels leende het, met een eigen betekenis: een snelle, felle aanval.

    Ein Blitz schlug in den Baum ein.De bliksem sloeg in de boom.

  6. der Krieger[deːɐ̯ ˈkʁiːɡɐ]

    krijger

    Van Krieg, oorlog.

    Er kämpfte wie ein Krieger.Hij vocht als een krijger.

  7. die Unendlichkeit[diː ʊnˈʔɛntlɪçkaɪ̯t]

    oneindigheid

    Stukje voor stukje gebouwd: un, endlich, keit, geen einde.

    Das Meer schien bis in die Unendlichkeit zu reichen.De zee leek tot in de oneindigheid door te lopen.

  8. der Wolf[deːɐ̯ vɔlf]

    wolf

    Net zo gespeld als in het Nederlands, maar uitgesproken met een v-klank.

    Nachts heult ein Wolf.’s Nachts huilt er een wolf.

  9. schwarz[ʃvaʁts]

    zwart

    Populair in namen en titels om zijn donkere, krachtige klank.

    Sie hat schwarze Haare.Ze heeft zwart haar.

  10. der Donner[deːɐ̯ ˈdɔnɐ]

    donder

    Donnerstag, donderdag, is genoemd naar de god van de donder.

    Nach dem Blitz kam der Donner.Na de bliksem kwam de donder.

Elegante Duitse woorden

  1. die Sternschnuppe[diː ˈʃtɛʁnˌʃnʊpə]

    vallende ster

    Letterlijk sterrensnuitsel: het verbrande eind van een kaarsenpit dat eraf valt.

    Wir haben eine Sternschnuppe gesehen.We hebben een vallende ster gezien.

  2. die Dämmerung[diː ˈdɛməʁʊŋ]

    schemering

    Wagners opera Götterdämmerung is de schemering van de goden.

    In der Dämmerung gingen wir nach Hause.In de schemering liepen we naar huis.

  3. der Augenblick[deːɐ̯ ˈaʊ̯ɡn̩ˌblɪk]

    ogenblik

    Letterlijk een blik van het oog, net als het Nederlandse ogenblik.

    Warte einen Augenblick.Wacht even een ogenblik.

  4. die Zuversicht[diː ˈtsuːfɛɐ̯ˌzɪçt]

    vertrouwen, hoopvol vertrouwen

    Meer dan hoop: een kalm vertrouwen dat het goed komt.

    Sie blickt mit Zuversicht in die Zukunft.Ze kijkt met vertrouwen naar de toekomst.

  5. zauberhaft[ˈtsaʊ̯bɐhaft]

    betoverend

    Van Zauber, toverkracht.

    Der Abend war zauberhaft.De avond was betoverend.

  6. das Morgenrot[das ˈmɔʁɡn̩ˌʁoːt]

    ochtendrood

    Letterlijk ochtendrood, net als in het Nederlands.

    Das Morgenrot färbte den Himmel.Het ochtendrood kleurde de hemel.

  7. die Anmut[diː ˈanmuːt]

    gratie, sierlijkheid

    Een woord voor hoe iemand beweegt, niet voor hoe iemand eruitziet.

    Sie tanzt mit großer Anmut.Ze danst met veel gratie.

  8. die Stille[diː ˈʃtɪlə]

    stilte

    Stille Nacht is de oorspronkelijke Duitse titel van het kerstlied Stille nacht.

    Ich genieße die Stille am Morgen.Ik geniet van de stilte in de ochtend.

  9. die Leichtigkeit[diː ˈlaɪ̯çtɪçkaɪ̯t]

    lichtheid, gemak

    Iets mit Leichtigkeit doen is het makkelijk laten lijken.

    Er spielt mit großer Leichtigkeit.Hij speelt met groot gemak.

  10. der Lichtblick[deːɐ̯ ˈlɪçtˌblɪk]

    lichtpuntje

    Letterlijk een glimp van licht.

    Das gute Wetter war ein Lichtblick.Het mooie weer was een lichtpuntje.

Duitse woorden over de lucht en de natuur

  1. der Regenbogen[deːɐ̯ ˈʁeːɡn̩ˌboːɡn̩]

    regenboog

    Net zo gebouwd als het Nederlandse woord: regen en boog.

    Nach dem Regen sahen wir einen Regenbogen.Na de regen zagen we een regenboog.

  2. die Sonnenblume[diː ˈzɔnənˌbluːmə]

    zonnebloem

    Net zo gebouwd als het Nederlandse woord: zon en bloem.

    Die Sonnenblume dreht sich zur Sonne.De zonnebloem draait naar de zon.

  3. das Nordlicht[das ˈnɔʁtˌlɪçt]

    noorderlicht

    Letterlijk noordlicht.

    In Norwegen haben wir das Nordlicht gesehen.In Noorwegen hebben we het noorderlicht gezien.

  4. der Vollmond[deːɐ̯ ˈfɔlˌmoːnt]

    volle maan

    voll is vol, Mond is maan.

    Heute Nacht ist Vollmond.Vannacht is het volle maan.

  5. die Wolke[diː ˈvɔlkə]

    wolk

    auf Wolke sieben, op wolk zeven, net als in het Nederlands; het Engels zegt on cloud nine.

    Eine weiße Wolke zieht vorbei.Er drijft een witte wolk voorbij.

  6. der Morgentau[deːɐ̯ ˈmɔʁɡn̩ˌtaʊ̯]

    ochtenddauw

    Een woord uit gedichten, en uit namen van thee en parfum.

    Das Gras ist nass vom Morgentau.Het gras is nat van de ochtenddauw.

  7. die Kirschblüte[diː ˈkɪʁʃˌblyːtə]

    kersenbloesem

    Kirsche is kers, Blüte is bloesem.

    Im April beginnt die Kirschblüte.In april begint de kersenbloei.

  8. die Lichtung[diː ˈlɪçtʊŋ]

    open plek in het bos

    Van Licht, licht: de plek waar het licht de grond bereikt.

    Im Wald fanden wir eine kleine Lichtung.In het bos vonden we een kleine open plek.

  9. der Sternenhimmel[deːɐ̯ ˈʃtɛʁnənˌhɪml̩]

    sterrenhemel

    Sterne zijn sterren; Himmel is zowel lucht als hemel.

    Auf dem Land ist der Sternenhimmel wunderschön.Op het platteland is de sterrenhemel prachtig.

  10. die Meeresbrise[diː ˈmeːʁəsˌbʁiːzə]

    zeebries

    Meer is zee; Brise komt uit het Frans.

    Eine frische Meeresbrise wehte.Er woei een frisse zeebries.

Duitse woorden over liefde

  1. die Liebe[diː ˈliːbə]

    liefde

    Ich liebe dich betekent ik hou van je.

    Die Liebe ist das Wichtigste.Liefde is het belangrijkste.

  2. der Schatz[deːɐ̯ ʃats]

    schat; schatje

    De meest gebruikte koosnaam in het Duits.

    Guten Morgen, Schatz.Goedemorgen, schat.

  3. die Zärtlichkeit[diː ˈtsɛːɐ̯tlɪçkaɪ̯t]

    tederheid

    Van zart, teer.

    Er sprach mit großer Zärtlichkeit.Hij sprak met grote tederheid.

  4. das Herz[das hɛʁts]

    hart

    Onzijdig in het Duits, net als in het Nederlands: das Herz, het hart.

    Mein Herz schlägt schneller.Mijn hart klopt sneller.

  5. verliebt[fɛɐ̯ˈliːpt]

    verliefd

    verliebt sein is verliefd zijn; sich verlieben, verliefd worden.

    Sie ist verliebt.Ze is verliefd.

  6. die Umarmung[diː ʊmˈʔaʁmʊŋ]

    omhelzing, knuffel

    Van Arm: je armen om iemand heen slaan.

    Zum Abschied gab es eine Umarmung.Bij het afscheid was er een knuffel.

  7. der Kuss[deːɐ̯ kʊs]

    kus

    Küsschen, kusje, is hoe veel vrienden een bericht afsluiten.

    Sie gab ihm einen Kuss.Ze gaf hem een kus.

  8. die Treue[diː ˈtʁɔɪ̯ə]

    trouw

    Verwant aan het Nederlandse trouw en het Engelse true.

    Treue ist ihm sehr wichtig.Trouw is erg belangrijk voor hem.

  9. der Liebling[deːɐ̯ ˈliːplɪŋ]

    lieveling; favoriet

    Ook favoriet: mein Lieblingsbuch, mijn lievelingsboek.

    Komm her, mein Liebling.Kom eens hier, lieveling.

  10. das Glück[das ɡlʏk]

    geluk

    Net als het Nederlandse geluk één woord voor allebei: viel Glück betekent veel succes.

    Du bist mein Glück.Jij bent mijn geluk.

Duitse woorden voor gevoelens

  1. die Sehnsucht[diː ˈzeːnˌzʊxt]

    hunkering, diep verlangen

    Een verlangen naar iets wat ver weg of onbereikbaar is; het Engels heeft er geen precies woord voor.

    Er hatte große Sehnsucht nach seiner Heimat.Hij had een groot verlangen naar zijn vaderland.

  2. das Fernweh[das ˈfɛʁnˌveː]

    verlangen naar verre landen

    Het tegenovergestelde van Heimweh, heimwee: ziek van verlangen naar de verte.

    Im Winter bekomme ich Fernweh.In de winter krijg ik reiskriebels.

  3. die Geborgenheit[diː ɡəˈbɔʁɡn̩haɪ̯t]

    geborgenheid

    Tweede in een verkiezing van het mooiste Duitse woord in 2004.

    Bei meiner Oma spüre ich Geborgenheit.Bij mijn oma voel ik me geborgen.

  4. die Gemütlichkeit[diː ɡəˈmyːtlɪçkaɪ̯t]

    gezelligheid, knusheid

    Warme kamers, goed gezelschap en geen haast, in één woord; ons gezelligheid komt dicht in de buurt.

    Kerzen schaffen Gemütlichkeit.Kaarsen zorgen voor gezelligheid.

  5. die Vorfreude[diː ˈfoːɐ̯ˌfʁɔɪ̯də]

    voorpret

    Een Duits gezegde noemt het de mooiste vreugde.

    Die Vorfreude auf den Urlaub ist groß.We hebben veel voorpret voor de vakantie.

  6. die Schadenfreude[diː ˈʃaːdn̩ˌfʁɔɪ̯də]

    leedvermaak

    Het Engels leende het omdat het zelf geen woord had; het Nederlands zegt leedvermaak.

    Er lachte voller Schadenfreude.Hij lachte vol leedvermaak.

  7. das Heimweh[das ˈhaɪ̯mˌveː]

    heimwee

    Heim is thuis, Weh is pijn.

    Im Ausland hatte sie oft Heimweh.In het buitenland had ze vaak heimwee.

  8. die Waldeinsamkeit[diː ˈvaltˌʔaɪ̯nzaːmkaɪ̯t]

    het vredige gevoel alleen te zijn in het bos

    Een woord van de romantische dichters.

    Er liebt die Waldeinsamkeit.Hij houdt van de eenzaamheid van het bos.

  9. der Weltschmerz[deːɐ̯ ˈvɛltˌʃmɛʁts]

    verdriet om de toestand van de wereld

    Letterlijk wereldpijn; de schrijver Jean Paul bedacht het.

    Im Herbst spüre ich manchmal Weltschmerz.In de herfst voel ik soms verdriet om de wereld.

  10. die Wanderlust[diː ˈvandɐˌlʊst]

    reislust, zin om te trekken

    Ook deze nam het Engels over uit het Duits.

    Die Wanderlust hat mich gepackt.De reislust heeft me te pakken.

Lees deze woorden in eenvoudige verhalen

Een Duits woord als naam of in een ontwerp

Elk Duits zelfstandig naamwoord schrijf je met een hoofdletter, en het heeft een lidwoord: der, die of das. Houd het bij het woord, zoals in die Sehnsucht. Houd ook de umlauts. Kun je geen ü typen, schrijf dan ue, zoals in Glueck, maar nooit alleen een u: Gluck is geen Duits woord.

Kom het woord daarna tegen in een zin. Een woord uit een lijst vergeet je snel; een woord uit een verhaal blijft hangen. In de Duitse verhalen voor beginners op Lingard tik je op een woord en zie je wat het in die zin betekent, en je bewaart het voor korte herhalingen.

Vragen over deze woorden

Wat is het mooiste Duitse woord?
In 2004 koos een publieksverkiezing van de Duitse Taalraad en het Goethe-Institut Habseligkeiten, de paar spullen die iemand bezit. Geborgenheit, ook op deze pagina, werd tweede.
Welke Duitse woorden klinken cool?
Korte, harde woorden als Sturm, Blitz, Donner en Wolf. Langere woorden met een donkere klank, zoals Finsternis en Unendlichkeit, zijn populaire namen in games en verhalen.
Hoe spreek ik deze woorden uit?
Duits lees je grotendeels zoals je het schrijft. ch na i of e is een zachte sisklank, zoals in ich; sch klinkt als de sj in sjaal; en w klinkt als een v, dus Wolf klinkt als volf. Bij elk woord staat de uitspraak in het Internationaal Fonetisch Alfabet.

Andere talen: 60 mooie Engelse woorden60 mooie Spaanse woorden60 mooie Franse woorden